Zwarte panters, zet hem op!
Spelregels drietal hockey
Hoe ziet een speelveld eruit?
Wat zijn de spelregels?
De spelregels van het drietal hockey worden toegepast bij wedstrijden voor de F-categorie. In alle districten wordt conform de onderstaande regels gespeeld. Kinderen vanaf 7 jaar (geboren voor 1 oktober) mogen ‘competitie 3 tegen 3’ spelen. Of ze dit al kunnen is echter vaak de vraag. Laat een kind dus pas competitie spelen als ze op een veilige manier met stick, bal en medespelers kunnen omgaan.
Speelveld
De afmetingen van een speelveld voor drietalhockey zijn 23- bij 23- meter,
waarbij de zijlijnen gevormd worden door de achterlijn en de 23-meterlijn of de 23-meterlijn en de middenlijn van een normaal veld. De doelen van partij A bevinden zich op de zijlijn. De doelen van partij B bevinden zich daartegenover, (ter hoogte van de dichtstbijzijnde doelpaal) dichtbij het midden van het normale veld. De speelrichting is dus in de breedte van het normale speelveld om te voorkomen dat de bal regelmatig in andere veldjes rolt. Geadviseerd wordt het meest egale speeloppervlak te gebruiken om op te spelen.
Doelen
Doelen kunnen worden gemaakt van pylonnen. Iedere partij heeft twee doelen, zodat er dus in een speelveld vier doelen staan. De breedte van elk doeltje is twee meter. Tussen het doeltje en de zijlijn is nog ca. 4 meter ruimte.
5-meterlijn
Uit praktische overwegingen wordt gebruik gemaakt van een 5-meterlijn in plaats van een cirkel. De betekenis ervan wordt elders beschreven.
Bal
De bal die gebruikt wordt bij drietal hockey is een normale hockeybal.
Teams
Een team bestaat uit maximaal drie veldspelers. Er zijn geen doelverdedigers. Er mogen wisselspelers zijn. U kunt wisselen op elk moment dat het spel stil ligt. Deze ‘interchange regel’ geeft de begeleider van het team een goede mogelijkheid om iedereen evenveel te laten spelen en kinderen even te laten uitrusten als dit nodig is.
Wedstrijdduur
Een wedstrijd duurt 2 x 15 minuten met een korte rust van maximaal 5 minuten. Omdat een F-hockeyteam bestaat uit minimaal zes spelers, waaruit u dus twee teams kunt vormen, spelen dus synchroon twee teams tegelijk naast elkaar. Na een speelse warming up speelt team 1 van partij A tegen team 1 van partij B en team 2 van partij A tegen team 2 van partij B. Na de rust wisselen de teams. De wedstrijdjes zijn dan: 1A-2B en 1B-2A. Ieder speelt dus totaal 30 minuten. Bij koud en regenachtig weer en/of bij groot niveauverschil en/of grote vermoeidheid tussen de twee teams is het mogelijk iets korter te spelen. Bij mooi weer kunnen de wedstrijdjes ook met 5 minuten worden verlengd. Dit alles om de spelvreugde te behouden.
Algemene spelregels
Het spelen van de bal
Alleen met de platte kant van de stick door middel van een push, schuifslag of ‘veilige’ flats. De stick mag hierbij in de achterzwaai niet los zijn van de grond en in de voorzwaai niet hoger komen dan de knieën.
Begin of hervatting van het spel
De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld:
- bij het begin van de wedstrijd door een speler die de toss heeft gewonnen en kiest om te beginnen of
- door een speler van een team dat de toss niet heeft gewonnen en niet de keus van speelhelft heeft
- na de rust door een speler van het andere team
- na een doelpunt door een speler van het team waartegen het doelpunt is gemaakt.
- eventueel een andere oplossing kan zijn dat de bezoekers eerst de bal uitnemen en dat de thuis spelers dit doen na de rust. Bij een beginslag mag de bal in alle richtingen worden gespeeld.
Verder gelden de regels van een vrije slag.
Gevaarlijk en ruw spel
Hockey moet veilig zijn. Gevaarlijk en ruw spel zijn dan ook altijd verboden.
Hieronder valt:
- ‘sticks’: gevaarlijk of hinderlijk zwaaien met de stick
- hoge bal, waaronder ‘snijden’
- ‘hakken op de stick’ tijdens een duel
- aanvallen van links, als dit gevaarlijke situaties oplevert
- (naar) spelers (of hun stick) slaan of trappen, vasthouden of duwen, laten struikelen, lichamelijk contact of andere niet in de geest van het spel zijnde handelingen
- ongecontroleerd de bal zonder stoppen terugslaan
- de bal opzettelijk tegen een andere speler aanspelen
Bal tegen het lichaam (‘shoot’)
Het is veldspelers verboden de bal opzettelijk met het lichaam te stoppen of met been of voet te bewegen. Bij onopzettelijk ‘shoot’ wordt afgefloten wanneer het gevaar oplevert en wanneer er voordeel uit ontstaat.
Vrije slag
Een vrije slag wordt genomen vlakbij de plaats van de overtreding, door een speler van het team dat niet de overtreding heeft begaan. De bal moet bij de vrije slag stilliggen, moet worden gespeeld en mag niet omhoog. Bij het nemen van de vrije slag moeten alle spelers van de andere partij op minimaal 5 meter van de bal zijn. Degene die de vrije slag neemt, mag de bal daarna pas weer spelen als eerst een andere speler de bal heeft aangeraakt. Een vrije slag binnen het 5-metergebied moet zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding, buiten het 5-metergebied worden genomen.
Doelpunt
Een doelpunt is gemaakt, wanneer de bal het doelvlak passeert, gespeeld door een speler van de aanvallende partij binnen het 5-metergebied. Als binnen het 5-metergebied de bal door een stick van een aanvaller is gespeeld en daarna via de stick of het lichaam van een verdediger het doelvlak passeert, is er eveneens een doelpunt gemaakt.
Bal over de achterlijn, geen doelpunt
- door een aanvaller gespeeld: uitslaan door een verdediger op de 5- meterlijn, loodrecht tegenover het punt, waar de bal over de achterlijn ging.
- door een verdediger gespeeld: aan de aanvallende partij wordt een lange corner toegekend.
Bal over de zijlijn
Inslag op de plaats op de zijlijn waar de bal uitging, door een speler van de partij die de bal niet het laatst heeft aangeraakt voor hij over de zijlijn ging. Wanneer een speler van de aanvallende partij een slag neemt binnen het 5-metergebied, moet de bal opnieuw binnen het 5-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt, voordat een doelpunt kan worden gemaakt. Voor de inslag gelden verder de regels van de vrije slag.
Straffen
• Bij een overtreding van een verdediger binnen het 5-metergebied
Een vrije slag wordt toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op de 5-meterlijn en zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding. Na het nemen van de vrije slag moet de bal opnieuw binnen het 5-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens een doelpunt kan worden gemaakt.
• Bij een overtreding van een aanvaller binnen het 5-metergebied
Een vrije slag wordt toegekend aan de verdedigende partij, te nemen op de 5-meterlijn zo dicht mogelijk bij de plaats van overtreding.
• Bij een overtreding buiten het 5-metergebied
Een vrije slag wordt toegekend aan het team dat niet de overtreding heeft gemaakt, op de plaats van die overtreding.
Lange corner
Inslaan door een aanvaller op de kruising van de 5-meterlijn en de zijlijn aan die kant van het doel waar de bal over de achterlijn ging. Na het nemen van de inslag moet de bal opnieuw binnen het 5-metergebied door de stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens een doelpunt kan worden gemaakt. Alle spelers van de tegenpartij moeten zich minstens 5 meter van de bal bevinden.
Time Out
Een time-out heeft tot doel de begeleiders van beide teams de gelegenheid te geven de spelers te ‘hergroeperen’ en extra aanwijzingen te geven, zodat het spel voor beide partijen beter kan verlopen.
- Een time-out kan op eigen initiatief van de spelleider gegeven worden
- Een time-out kan ook gevraagd worden door de begeleider van een team.
Spelleiding
Het speelveld is zo klein en het spelersaantal zo gering dat één spelleider in het veld voldoende is om het hele gebeuren te regelen. De spelleider is geen scheidsrechter!! Hij is iemand die gevoel heeft voor het spelniveau en de sfeer waarin deze partijtjes gespeeld dienen te worden.
Het verdient aanbeveling om per team een vaste spelleider te benoemen (niet zijnde de coach) die alle thuiswedstrijden van dat team leidt. Deze spelleider krijgt op deze manier ervaring in deze specifieke manier van leiden, leert zo het spelniveau van de kinderen kennen en groeit als het ware met het spel mee. Ook de kinderen raken zo vertrouwd met degene die fluit.